Ontstaan uit: fusie (in 2000) van het rijksarchief in Zeeland met de gemeentearchieven van Middelburg en Veere
Gevestigd in: stadspaleis in Middelburg (1765, ontwerp Van Baurscheit, met aanpassingen in 1954 (De Lussanet de la Sablonière) en 2000 (Bouwstra), en aansluitende nieuwbouw (2000, Benthem)
Oppervlak: 10.000 vierkante meter
Locatie depots: ondergronds, drie lagen onder de nieuwbouw
Omvang collectie: 17 kilometer documenten
Capaciteit: 27 kilometer
Oudste stuk: Oorkonde (1189) waarin bisschop Boudewijn van Utrecht de parochianen van het Zeeuwse gehucht Hoogeland toestemming geeft een kapel te stichten, mits ze de kapelaan zelf betalen
Bijzondere schat: archief van de Middelburgse Commercie Compagnie, met veel materiaal over de transatlantische slavenhandel in de 18e eeuw
verschenen in Smaak, blad voor de Rijkshuisvesting, nummer 46 april 2010
copyright Carien Overdijk
Oud en nieuw combineren, het blijft riskant. Vooral wanneer je dat bijvoorbeeld doet in het kwetsbare middeleeuwse hart van Middelburg, waar een Duits bombardement in 1940 al zulke gaten had geslagen.
Roelof Koops, tot 2000 rijksarchivaris in Zeeland en sinds de fusie (zie kader) directeur van het Zeeuws Archief, zag zo’n oud-nieuw ensemble dan ook niet zitten. Zijn Zeeuwse rijksarchieven, destijds te krap behuisd in het oude Middelburgse Abdijcomplex, verdienden nieuwbouw, vond hij. Op een slooplocatie in de buurt van het station kon een modern onderkomen het uitdijende archief toekomstbestendig maken.
Het liep anders. In 1994 kreeg toenmalig rijksbouwmeester Kees Rijnboutt naast Koops’ voorstel een tweede Middelburgs plan onder ogen. Het gerechtshof, al anderhalve eeuw gevestigd in een royaal 18e eeuws stadspaleis, ooit gebouwd voor het patriciërsechtpaar Van de Perre, moest eveneens uitbreiden. Ambities om de binnentuin vol te bouwen waren echter al stukgelopen op protesten van omwonenden en de bond Heemschut.
‘Rijnboutt zag dat de rechtbank hier niet meer paste’, vertelt Koops in zijn met reusachtige gobelins beklede werkkamer in datzelfde Van de Perrehuis. ‘Ondergronds was natuurlijk nog wel ruimte, maar mensen kun je niet onder de grond stoppen. Archieven wel. Dus de rechtbank kreeg de nieuwbouwlocatie, en ik moest van het ene monument naar het andere, met de belofte van een aanbouw met een diepe kelder. Ik was des duivels.’
Des duivels, terwijl je een toplocatie krijgt aangeboden? ‘Wij rijden graag met karretjes’, zo vat Koops de logistiek van zijn branche samen. ‘Ik vreesde een slechte aansluiting tussen het monument en de nieuwbouw.’
Tot zijn opluchting verzon Jan Benthem, ‘het ei van Columbus qua infrastructuur.’ Het bureau Benthem Crouwel Architecten was door de Rijksgebouwendienst uitgekozen om samen met restauratie-architect Cor Bouwstra de nieuwe behuizing van het Zeeuws Archief te ontwerpen.
De architect zag kans om op drie niveaus de gangen vanuit het monument door te trekken naar de nieuwbouw. Met een aangrenzend trappenhuis-met-lift creëerde hij drie gelijkvloerse, drempelloze verbindingen. Toen hij bovendien de hoge sponningen van de waterkerende depotdeuren met een metalen opklapstuk ook gelijkvloers bleek te kunnen maken, was ‘bouwpastoor’ Koops om.
Aan het Hofplein manifesteert het Van de Perrehuis zich prominent, met een statige, naar binnen krommende gevel. Benthem’s uitbreiding van glas en staal, alweer tien jaar oud, verstopt zich deels achter een oude brouwerijpoort. Hoewel het bovengronds in volume nauwelijks onderdoet voor het aanpalende stadspaleis, schikt het zich terughoudend tussen de historische bebouwing.
Achter het paleis herstelt de westgevel van de aanbouw de symmetrie. De glazen pui begrenst daar, recht tegenover de ‘Lussanet-vleugel’ van 1954, een vierkante binnentuin. Ook de oostkant voegt zich naar de omgeving, parallel aan een openbare tuin, die tegelijk een doorgang vormt naar een zuidelijker straatje. De driehoekige vorm die uit deze inpassing ontstond, kreeg een schuin aflopend dak. Vanuit de openbare tuin oogt de aanbouw daardoor extra bescheiden.
Boven de depots in hun vijftien meter diepe betonnen bak liggen de publieksruimten. Bezoekers passeren eerst de bakstenen brouwerijpoort van ‘De dry tonnekens’ voordat zij in de entreehal belanden, die toegang geeft tot de studiezaal en een café met buitenterras. De hal biedt een horizontaal doorkijkje in het Van de Perrehuis én uitzicht omlaag, in de vide die de depotkelders verbindt.
Bovenin, waar het dak hoog aansluit op het monument, hangt een soort stalen ruimteveer. ‘Ik wilde een auditorium met zestig plaatsen’, verklaart Koops. ‘Dat zou aanvankelijk ín het huis komen, maar de benodigde aanpassingen bleken te kostbaar. Gelukkig zag Jan Benthem hier nog ruimte. Hij kon niet meer dan 47 plaatsen in deze cilinder kwijt, maar het is een mooi, intiem zaaltje geworden.’
Na de ingebruikname bleef de nieuwbouw niet onaangetast. ‘In de ontwerpfase waren we gefixeerd op de studiezaal’, vertelt de directeur. ‘want het aantal bezoekers groeide sterk. Maar inmiddels zijn onze gasten merendeels sitebezoekers geworden, tienduizenden per jaar. De studiezaal is verkleind en er zijn werkkamers van de zolder naar beneden verplaatst. Op zolder is nu een digitaliseringsstraat, waar we onze collectie stapsgewijs laten imagen. We hebben al 125.000 pagina’s verwerkt. Onlangs is de burgerlijke stand van Zeeland aanbesteed.’
Met enthousiasme leidt Koops zijn bezoekers naar het gerestaureerde monumentale deel. Hier zijn de meeste werkruimten ondergebracht. ‘Ik wilde graag een gevoel van eenheid in het hele gebouw’, aldus de directeur, ‘en dat is gelukt. Benthem Crouwel moest met Verlaan & Boonstra een maatschap vormen voor dit project. Er is in grote harmonie samengewerkt, ook aan de details. Zo zie je ook hier stalen trappen, maar nu met een houten balustrade. En Cor Bouwstra heeft met veel zorg meubilair en armaturen uitgezocht die de stijl van het huis niet zouden verstoren. Ze bleken ook goed bij de nieuwbouw te passen.’
Het oude huis biedt anekdotische verrassingen uit alle gebruiksperiodes. Zo heeft de oorspronkelijke wachtruimte voor gasten imposant beschilderde wandpanelen, terwijl de gerestaureerde verflaag ergens nog de contouren toont van een uitgehakt luikje: zo had de rechtbankportier uitzicht op een aangrenzend cellenblok.
Het originele comptoir van de heer des huizes diende later als griffie en dankt daaraan een diepe loketkast in de muur. De houtbepaneelde bibliotheek, nu in gebruik als vergaderzaal, bevat een sierlijk wasbakje en een nog werkende windroos, attributen voor Van de Perre’s hobby’s. Diens houten planetarium, nu een pronkstuk in de marmeren hal, stond er eerst misschien ook.
De zonnige tuinzaal op de begane grond is gedurfd eigentijds getransformeerd. Kunstschilder Frans Franciscus decoreerde hem met goudkleurige – symbolisch zaaiende, oogstende en wakende - kabouters boven de deurposten, met vallende bladeren en blauw-witte kleurvlakken. De secretaresses die er werken, maakten het af met Xenos-paddestoelen op de ladenkasten.
De voormalige zittingszaal in de twintigste-eeuwse Lussanetvleugel, nu restauratie-atelier voor papieren documenten, bevat een fraai vrijgelegd stucplafond met dooreengeweven salmiakmotieven (Delftse School). Elders in het huis openbaart zich juist weer het oerverleden. Achter glasplaten zijn resten (kloostermoppen, loodslabben, roetsporen) blootgelegd van een middeleeuwse commanderij, een soort bijkantoortje van een charitatieve ridderorde. Het stond eeuwenlang op deze plek en werd vrijwel onzichtbaar weggewerkt in het paleisontwerp.
Onder de nieuwbouw rust, tussen de vele kilometers stads-, provincie- en rijksarchief, een collectief geheugen van een totaal andere orde. Directeur Koops leidde al menigmaal zijn gasten naar de onthutsende archieven van de Middelburgse Commercie Compagnie.
‘Het zijn de oudste archivalia over de transatlantische slavenhandel’, licht hij toe, ‘en hoewel dit archief kleiner is dan dat van de Westindische Compagnie, zijn deze documenten gaver en vollediger behouden gebleven.’ Hij toont gave kasboeken met aan- en verkoopgegevens van scheepsladingen genummerde slaven, verhandeld tegen florijnen, zakken meel en andere waar. Er zijn rapportages van de scheepschirurgijn, die de hoge percentages sterfgevallen moest verantwoorden. En er zijn scheepsjournaals. Een overlijdensbericht van een matroos krijgt in de kantlijn een poppetje met vleugeltjes, terwijl een gestorven slaaf steevast zonder vleugels is afgebeeld. Heidense handelswaar ging niet naar de hemel.
De collectie gevat ook rijk geïllustreerde topografische atlassen. En bijzonderheden als een poster die ‘een extra-ordinair en welbezeyld Snaauwschip’ te koop aanprijst.
Het is Koops’ missie om hét digitale informatiecentrum van Zeeland te worden. Maar het gebouw dan? ‘Dat blijft de fysieke ontmoetingsplek, met exposities, lezingen en films, voor elke geïnteresseerde Zeeuw. En het is natuurlijk onze bewaarplaats. Het gaat in het archiefvak weliswaar niet meer primair om informatiedragers, maar wat nog tastbaar is conserveren we wel. Dat blijft spannend, juist in deze overgangsfase naar digitalisering. We hebben bijvoorbeeld ponskaarten van de Deltadienst, terwijl er nauwelijks meer machines zijn die ze kunnen lezen. Ik wil ervoor zorgen dat alles goed terechtkomt.’
Dit artikel maakt deel uit van een serie over de provinciaal gevestigde archieven in rijksmonumenten. In het volgende nummer van Smaak: Regionaal Historisch Centrum Limburg.