‘’t Was m’n moedertjes eerste kraak’
Krakers en hun bestrijders leven nog altijd op verschillende planeten. In het Witboek Kraken, samengesteld door een vijftienkoppig redactiecollectief, doen krakers van diverse pluimage hun verhaal.
Boekbespreking
Witboek Kraken, Uitgeverij Papieren Tijger, 15 euro, 133 pagina’s.
ISBN 978 90 6728 228 4
waardering: drie sterren (van vijf)
copyright Carien Overdijk
verschenen in De Volkskrant, 20 februari 2009
In het Witboek Kraken herleeft iets van de utopische ‘aksies’ van een generatie terug. Zwart-witfoto’s roepen het militante stenciltijdperk in herinnering, de vormgeving is speels en stijlvol, de toon optimistisch. Ruim tachtig recente kraakacties in verschillende steden staan trots geboekstaafd, gevolgd door een reeks sympathiserende beschouwingen.
De naïviteit van sommige getuigenissen is opvallend. ‘Een van de bewoners had het geniale plan opgevat om een skatepark te gaan bouwen’ (in 2001, in een voormalig Haags pand van Beter Bed, co.) schrijft ene Dylan. De krakers, die zich netjes hadden verstaan met de politie (‘we mochten geen grote feesten geven dus deden we dat ook maar niet’) riepen met de bouw van de eerste halfpipe een snelle uitzetting en sloop over zich af. Niet voor een betere woon- of bedrijfsbestemming, zoals Dylan spijtig constateert. ‘Nu, zo’n zes jaar later, is de ruimte waar Beter Bed stond overwoekerd door gras. Het vormt z’n eigen ecosysteem met beestjes die tussen het puin leven.’
Ook zichzelf lijken de krakers te portretteren als beestjes tussen puin. Verwaarloosde panden lappen ze op met beperkte middelen. Op een bladvullende foto sjouwt een man-met-capuchon een toiletpot over straat, peukje in de mondhoek. Het krakersbestaan is een adrenalinemix van speurwerk, panden bezetten, buren geruststellen, eindeloos klussen en altijd op je hoede blijven. Om, na de plotse uitzetting of vrijwillige aftocht, weer verder te trekken met je kolonie.
Ronduit geestig wordt het Witboek bij een stripverhaal, ietwat royaal bekopt als ‘Memoires van een kraker.’ In woord en beeld gaan twee vrienden in 2006, met ouderhulp, een gezichtsbepalend dorpshuisje in Groningen kraken. ‘Mijn moedertje reed ons naar Sauwerd, het was (…) haar eerste kraak’. Tot hun verrassing ‘had de eigenaar er niets op tegen, als we het niet te bont maakten.’ De dominee komt langs met solidaire woorden. ‘Wat jullie doen, helpt tegen een kapitalistische wereld. Woensdag gooi ik wat biologische courgettes (…) bij jullie in de brievenbus.’ Het huis, De Zomersproet, heeft als kraakpand standgehouden.
Dit soort romantiek is echter zeldzaam, zo blijkt uit het manifest. Vooral in de grote steden ontstaat meestal een verbeten strijd tussen eigenaren en krakers, met politie, gemeentebestuur en justitie als onhandige figuranten. De kraakacties uit dit millennium worden vaak snel ongedaan gemaakt. Ze zijn echter, volgens het voorwoord, ‘wél betekenisvol’ in de strijd tegen leegstand.
Het goed gedocumenteerde Witboek, samengesteld door een vijftienkoppige redactie en bijeengeschreven door tientallen krakers en sympathisanten, is een antwoord op de toenemende politieke druk tegen het bestaande kraakrecht. Een wetsvoorstel van CDA, VVD en Christenunie voor een volledig kraakverbod ligt binnenkort voor aan de Tweede Kamer.
Medio januari lanceerde de VVD-fractie van Amsterdam bovendien een Zwartboek Kraken. De 37 pagina’s van dit pamflet (alleen nog op internet te vinden) bevatten vierentwintig, merendeels geanonimiseerde, gevalsbeschrijvingen uit Amsterdam.
De wederzijdse lezingen van het handjevol casussen dat in Wit- én Zwartboek aantoonbaar samenvalt, tonen hoezeer krakers en hun bestrijders op andere planeten leven. In het Zwartboek zijn het de krakers die knokken, vervuilen en uitwonen. In het Witboek laten vastgoedeigenaren hun panden verkrotten, spannen ze gemeentebesturen voor hun karretje en bedreigen ze bewoners.
Waar het Zwartboek echter blijft steken in grotendeels oncontroleerbare casuïstiek, benoemt het Witboek elk adres en schetst het bovendien een breder perspectief. Wetenschappers en oude kraakrotten beschrijven de Nederlandse kraakgeschiedenis en de onmiskenbare verdiensten van de ‘culturele broedplaatsen’ die krakers hebben gesticht in verlaten bedrijfspanden.
De beweging zelf is intussen sterk gekrompen: van ruim tienduizend personen in de jaren tachtig naar hooguit tweeduizend nu. De vermeende verharding en internationalisering worden in de essays steekhoudend ontkracht. Vrijwel alle krakers respecteren de wettelijke regel van minimaal een jaar leegstand, ze laten zich meestal wegsturen als er nieuwe gebruikers zijn en gewelddadige ontruimingen zijn zelden meer nodig. Buitenlanders waren er altijd al, hun aandeel neemt niet opvallend toe.
De zweem van piraterij neemt het Witboek helaas niet helemaal weg. Het boek had scherper moeten – en kunnen - reageren op recente mediahypes, zoals de mishandeling bij het Amsterdamse pand Vrankrijk en de aangetroffen wapens in enkele ontruimde panden. Maar in een land dat kampt met zes miljoen vierkante meter leegstand en een ernstig kapseizende woningvoorraad, hebben de vastgoedsector en de politiek meer uit te leggen.