Landschapsontwerp Westerscheldetunnel
verschenen in Terravisie, 2000
copyright Carien Overdijk
Een sprong van de negentiende naar de eenentwintigste eeuw. Zo mag je de gedaanteverwisseling in het Zeeuwse landschap wel noemen, die de toekomstige Westerscheldetunnel teweeg brengt. Een stuk van Zuid-Beveland en van Zeeuwsch-Vlaanderen zullen drastisch van aanzicht en functie veranderen. De stille polders en dijken ten zuidwesten van Goes en het grillige krekengebied ten westen van het kanaal Gent-Terneuzen worden straks het decor voor de nieuwe snelwegen naar de tunnel.
Al sinds de jaren dertig zijn er plannen voor een tunnel onder de Westerschelde, maar pas drie jaar geleden is de knoop doorgehakt. Rijkswaterstaat is, als grootaandeelhouder van de NV Westerscheldetunnel, verantwoordelijk voor de aanleg. Een internationale aannemerscombinatie voert het project uit. In maart 2003 moeten de eerste auto's onder de waterweg door kunnen schieten.
Margret Bakker, medewerker Natuur en Landschap van de Zeeuwse directie Rijkswaterstaat, kreeg van de NV het verzoek om een landschapsplan. Toen ze het geprojecteerde tracé onder ogen kreeg was ze niet bepaald enthousiast. 'Niet alleen de wegen lagen al vast, ook de geluidswallen waren al ingetekend. Er zou langs de weg geen ruimte zijn voor bomenaanplant. Er leek me weinig eer mee te behalen.'
Toch oordeelde ze dat het landschapsplan een te grote klus was om binnenshuis uit te voeren. De inrichting van de bermen, de aansluiting op bestaande wegen, de invulling van resterende stukken grond en het ontwerp van een tolplein vroegen om aparte oplossingen.
contracten
Bakker had daarvoor een commercieel bureau kunnen inhuren. 'Door die NV-constructie werk je binnen raamcontracten, en moet je zelf ook weer contracten afsluiten met derden. Dat is voor ons een andere manier van werken, het is wennen. Mede daarom hebben we voor de Dienst Landelijk Gebied gekozen. Met hen is het nog semi-collegiaal, al hebben we net zo goed een contract afgesloten.'
De DLG Provincie Zeeland schreef een landschapsvisie die de partijen aanstond. Maar intussen was een architectenbureau ook al begonnen met het ontwerp van de geluidsschermen, de tunnelopening en de tunnelverlichting. Bakker en haar DLG-partners vonden dat die zaken moesten samenhangen met het landschapsplan. Dat leidde tot intensief overleg tussen Bakker, de mensen van DLG en de betrokken architect.
Omdat de schrijver van de visie bij DLG wegging kreeg diens jongere collega, ontwerper José Simonse, de opdracht om het landschapsplan uit te werken. Ook hij zag aanvankelijk weinig kansen. 'Ik dacht, wat kun je hier nog mee winnen? Maar als je dan aan de slag gaat zie je het groeien. We kozen als uitgangspunten ronde vormen, vanwege de geboorde tunnel, en de kleur zeegroen van de Westerschelde. Dat gaf een basis aan het plan. Daarmee hebben we de architect er bijvoorbeeld van kunnen overtuigen dat de lantaarnpalen en de schermen een gebogen vorm moeten hebben. De verlichting in de tunnel wordt aan ons kleurenschema aangepast. En de bermen worden straks ingezaaid met een blauwpaars kruidenmengsel.'
compensaties
Bij nader inzien bleek er nog veel meer te winnen. De wegen aan beide zijden van de tunnel verstoren natte en droge verbindingszones, gaan dwars door bestaande boomgaarden heen en doorkruisen de aanvliegroutes en broedplaatsen van vogels. Simonse maakte tientallen deelplannen om daar oplossingen voor aan te dragen en om compenserende waarden te creëren.
Een zo'n plan is het behoud van een laaggelegen natuurgebiedje, het zogeheten Blikken Weitje, dat pal langs de nieuwe weg in Zeeuwsch-Vlaanderen komt te liggen. 'Het is maar veertig meter breed', zo wijst Simonse aan op een foto. 'Maar de botanische waarde is groot. Het ligt ver landinwaarts, en toch komt er zoute kwel in de grond omhoog, waardoor er allerlei zeldzame planten groeien. We willen dat gebiedje uitbreiden omdat de grond ernaast ook niet geschikt is voor landbouw. Als je dat tot hetzelfde niveau afgraaft verwachten we dat daar dan ook zout water omhoog komt. Al weten we nog niet wat het effect van de weg zal zijn op dit gebied. Daar loopt nu een onderzoek naar.'
Ook aan de noordzijde van de tunnel komt een nieuw zoutwatergebied, een zogenoemde 'inlaag'. Inlagen ontstaan van nature als er achter een verzwakte zeedijk een tweede dijk wordt aangelegd met de tussenliggende grond. Het afgegraven tussengebied ontwikkelt zich tot een zoutwatermoeras waar steltlopers en zoutwaterplanten zich thuisvoelen.
De tunnelweg snijdt straks een driehoek van ongeveer 36 hectare langs de zeedijk af van de rest van het landschap. Simonse bestemde het terrein voor een nieuwe inlaag. Graafmachines zullen, om de natuur een handje te helpen, straks alvast de broedeilanden opwerpen. Ondergrondse 'kwelbuizen' moeten vervolgens de aanvoer van zout water zeker stellen.
En dan is er het tolplein met restaurant en tolhuisjes, dat ver landinwaarts aan de noordkant van de tunnel is geprojecteerd. Het wordt een strak vierkant, in harmonie met de strakke lijnen van de Borsselepolder die het plein omgeeft. Simonse gaf het plein een besloten sfeer door het te omzomen met 'wanden' van Italiaanse populieren, een boomsoort die ook de bestaande boomgaarden in de polder beschut. De vierbaansweg zal het plein binnenlopen via twee 'deuren'. Om het plein heen komt een nieuw bos, deels compensatie voor de bomen die moeten wijken.
ecoduct
Het zijn maar voorbeelden. Simonse en Bakker buigen zich ook over een ecoduct aan de noordzijde, over de inrichting van de nieuwe verkeersknooppunten en het ontwerp van een nieuwe spoorbrug ('rondere vormen'). Echter, niet alle ideeën van Simonse worden uitgevoerd. 'Het is mijn taak om het geld voor die ideeën los te praten,' aldus Bakker. 'Sommige blijken dan te duur. Maar het meeste gaat gelukkig door. Wat ik wel erg jammer vind, is dat je vanaf geen enkel punt op de weg de Westerschelde zelf kan zien voordat je eronder duikt. Een verhoging van de weg bleek te duur, en het stukje bij de nieuwe inlaag moet worden afgeschermd vanwege de vogels.'
Op de plekken waar het allemaal gaat gebeuren heerst in januari nog een verkwikkende stilte. De eeuwenoude boerderijen liggen onaangedaan tussen de vette, omgeploegde klei. Toch maakt een rondrit op de smalle landweggetjes in de Borsselepolder de forse ingreep in het bestaande landschap al zichtbaar. Het hele tracé is onlangs gemarkeerd met kleine oranje paaltjes, die brutaalweg door akkers, door boomgaarden en over erven heen lopen. En op de zeedijk, precies boven de toekomstige tunnelingang staan twee mannen met een kaart. 'Mensen van de aannemer', vermoedt Simonse. Het werk kan beginnen.