Wat is een goed gemeentehuis, en wie bouwt het? Nieuwbouw of renovatie is steeds vaker onderwerp van een politieke discussie, waarin wethouders bakzeil halen. ‘Laat de burgemeester de bouw van het gemeentehuis leiden.’

 

Stadhuis verliest van Ikea

 

verschenen in Binnenlands Bestuur, 22 mei 2009

copyright Carien Overdijk

 

Een gemeente die zich wil onderscheiden met mooie nieuwbouw voor zichzelf, loopt op eieren. De bevolking is meestal wars van poeha. ‘Zet die ambtenaren maar in een varkensschuur’, hoorde architect Bert van Breugel zelfs eens roepen tijdens een publiekspresentatie. Zijn bureau, Inbo architecten, bouwde de afgelopen jaren een reeks gemeentehuizen. ‘Je mag vaak niet ambitieus zijn. In Laarbeek moest het restaurant beslist kantine blijven heten.’

Een veertigtal architecten, bestuurskundigen, ambtenaren en belangstellenden nam vorige week deel aan een discussieavond over de nieuwbouw van gemeentehuizen. Plaats van handeling was het Haagse Nutshuis, waar tot 26 mei een fototentoonstelling loopt van bestaande gemeentehuizen.

De afgelopen decennia hebben vele tientallen gemeenten hun zetel vervangen of drastisch uitgebreid. Altijd waren dat complexe projecten. Het gebouw moet burger én ambtenaren bedienen, en het college van B&W wil meestal ook een visitekaartje, of tenminste ‘smoel’.

 

afblazen

Zeker sinds het herstel van het dualisme ontaardt de planvorming nogal eens in een politiek proces. In Weert permitteert een nieuwe raad zich een geheel nieuwe discussie, in Bemmel willen sommige raadsleden zelfs een plan afblazen. En onlangs was het, na jaren van planvorming, ook weer vrij schieten op een Inbo-ontwerp voor Midden-Delfland.

Laatstgenoemde gemeente had het nog zo zorgvuldig aangepakt. Elke fractie had een lid in de begeleidingscommissie, en ook de inwoners mochten meepraten. Toch is er nu geruzie over het – al meermalen aangepaste - ontwerp, dat niet zou passen bij de vestigingsplaats Schipluiden en ‘te prestigieus’ zou zijn ‘voor het uitgangspunt van sober en doelmatig’.

‘De raadsverkiezingen zijn al begonnen’, reageert architect Van Breugel laconiek. Maar structurele kritiek op de nieuwbouwprocessen heeft hij ook. ‘Een raad maakt een bouwende wethouder makkelijk vleugellam, en dan wordt het verschrikkelijk gepolder. En omdat zo’n project vaak langer duurt dan een collegeperiode, zijn wij als ontwerpers soms de enigen die het begin nog hebben meegemaakt.’

De aanwezige architecten pleiten voor een leidende rol van de burgemeester. ‘Juist degene die boven de partijen staat, houdt zich teveel op afstand. Het opdrachtgeverschap is daardoor onduidelijk en versnipperd. Wethouders sneuvelen en alles duurt veel te lang.’

 

Hollandse traditie

De rechterhand van de rijksbouwmeester, Allard Jolles, herinnert de aanwezigen aan het feit dat een Nederlands gemeentehuis van oudsher ‘van het volk’ is. ‘Middenin wat nu het Paleis op de Dam is maar vroeger het stadhuis, konden Amsterdammers symbolisch over een afbeelding van de wereld lopen. Pal voor de deur stond de markt. Ook het huidige Amsterdamse stadhuis heeft een drukke markt op de stoep. Zoiets zou in Parijs ondenkbaar zijn.’

In plaatsen als Den Haag, Den Bosch, Vlissingen, Zutphen en Dongen is het gelukt om na nieuwbouw of uitbreiding zo’n centrale en openbare positie te behouden. Maar al te vaak wordt een stadhuis echter verdrongen naar de periferie, signaleert Cilly Jansen van Architectuur Lokaal. ‘Bij een herindeling zijn de partijen het vaak maar over één ding eens: hier moet het nieuwe gebouw in ieder geval niet. En dan komt het precies daar!’ Zaanstad draait inmiddels zo’n misgreep terug. Het nieuwe stadhuis komt weer gewoon middenin de grootste kern, Zaandam.

Haagse studenten bestuurskunde zeggen de nieuwere Nederlandse gemeentehuizen vaak niet als zodanig te herkennen. Zij zien eerder een school (Heerde), een zwemparadijs (Lelystad), of zelfs verpleeghuizen en crematoria. Ze krijgen bijval voor hun visie waaraan een goed gemeentehuis moet voldoen: ‘De burger moet zich er welkom en veilig voelen, én het moet een boegbeeld zijn.’

 

bastions

Op al die punten ging het de afgelopen decennia vaak mis, zo wijst de tentoonstelling uit. ‘Veel gesloten bastions’, knikt fotograaf Peter Hardewijn desgevraagd. ‘Soms zijn ze nog boven het maaiveld gebouwd ook. Dan moet je eerst zo’n Alpenstrasse nemen om de ingang te bereiken. Of de ingang is niet duidelijk, zoals in Almere en in Schiedam. En voorpleinen zijn vaak lelijk en doods.’

De aanwezige architecten hekelen interieurs met donkere gangen en onduidelijke looproutes. Zij pleiten voor transparantie. En voor een combinatie met andere publieksfuncties, zoals een bibliotheek, kunstuitleen, café of kinderopvang. Die verlagen in het digitale tijdperk de drempel en versterken het gevoel dat het stadhuis van iedereen is.

Opvallend veel aanwezigen zijn gecharmeerd van het klassieke, fraai geconserveerde stadhuis (1617) van Bolsward. Maar zijn zulke pronkstukken nog haalbaar? ‘Het gemeentehuis is niet meer het belangrijkste gebouw’, weet Van Breugel. Licht ironisch: ‘Dat is Ikea.’