Edo Dijksterhuis (red.), Slimme Steden/Van Antwerpen tot Zürich
Uitgeverij Business Contact, 236 pagina’s, € 27,00
ISBN 978 90 470 0123 2
Reanimeer je stad met bouwdrift en citymarketing
copyright Carien Overdijk
boekbespreking, (licht ingekort) verschenen in De Volkskrant, 12 december 2008 onder de kop ‘Opgefriste slimmeriken lonken naar iedereen’
Slimme Steden oogt als een reisgids. Vijftig (niet-Nederlandse) Europese steden staan er met verleidelijke foto´s en een handvol hippe uitgaansadressen in geportretteerd. Maar de pagina’s met bezienswaardigheden, winkelparadijzen en reisinstructies ontbreken.
Deze nep-lonely planet is gevuld met economische reportages die redacteur Edo Dijksterhuis met een zevental collega’s eerder publiceerde in het Financieele Dagblad. De titel verwijst naar de sociologenterm smart cities, steden die zich profileren met creatief en technologisch ondernemerschap. Sectoren die in onze postmoderne wereld notoir geld in het laatje brengen.
De selectie van het vijftigtal lijkt uitsluitend gebaseerd op economische groeicijfers. De meeste ‘slimmeriken’ waren twintig jaar geleden totaal verloederde haven- of industriesteden (Liverpool, Marseille, Leipzig) of ingedutte regerings- of universiteitszetels (Wenen, Vilnius, Leuven).
Hun reanimatie verloopt volgens een standaardrecept. Oude pakhuizen, fabrieken en monumenten in het centrum krijgen een make-over. Er verrijzen ‘scienceparken’, dure woontorens en hotels, en dat alles wordt overgoten met festivals en een flinke dosis marketing. Zo lonken veel steden naar toeristen, de creatieve sector, het zakenleven en de wetenschap tegelijk.
In de reportages komen soms ook sceptici aan het woord. ‘Het nieuwe Liverpool zou een kenniseconomie moeten zijn, maar daar is buiten de universiteiten en ziekenhuizen, nog weinig van te merken,’ zegt bijvoorbeeld een plaatselijke hoogleraar sociologie. ‘Bovendien zit alle vernieuwing in duur vastgoed in het centrum.’ En bij het explosief gegroeide Tirana twijfelt ook auteur Dijksterhuis zelf of de cosmetische opknapbeurt iets oplevert. Deze chaotische industriestad is vooral zwaar vervuild en slecht bereikbaar.
Het had nóg wel wat kritischer gemogen. Vooral in Engeland, Schotland en in heel Oost-Europa kampen de vermeend slimme steden met onafzienbaar arme, grauwe buitenwijken. Zo heeft media- en finance-zetel Glasgow nog altijd de hoogste werkloosheid en de kortste levensverwachting van heel Schotland. En toeristenfuik Tallinn trekt vooral koopjesjagers en bierzuipers, terwijl de onderklasse niet meedeelt in de plaatselijke ict-hausse. Hoe slim is dat?
Het lijkt of de FD-journalisten soms regelrecht in de val van citymarketeers zijn gelopen. Dat geldt niet alleen voor het suffe Deense visserdorp Tórshavn op de Faeröer en voor burgerlijke werksteden als München en Basel, maar ook voor krimpgemeenten als Essen, Leipzig en Bologna. En waarom beperken de reportages over Boekarest en Sofia zich tot hun booming filmstudio’s?
Het boek biedt desondanks een lezenswaardige staalkaart van stadsvernieuwing en maatschappelijke verandering. Bratislava en Helsinki profileren zich met hypermoderne designcentra, Växjö in Zweden tovert met groene energie, het voorheen bedaagde Wenen is een culturele smeltkroes. En overal in Europa slaat de modieuze blobarchitectuur en het iconische bruggenfetisjisme toe.
Slimme steden is een informatieve momentopname van vlak vóór de kredietcrisis, zodat zelfs Reykjavik er nog onbezorgd in kan schitteren. Laat het Financieele Dagblad dezelfde reeks over tien jaar nog eens overdoen. Dan weten we of citymarketing werkt.