|
Regionaal Historisch Centrum Limburg in het kort
Ontstaan uit: fusie (in 2004) van het rijksarchief Limburg en het gemeentearchief Maastricht Gevestigd in: gebouwencomplex van de minderbroeders (Franciscanen) in Maastricht (eerste vestiging 1234), bestaande uit kloostergebouwen uit verschillende bouwperiodes en een laatgotische kerk (ca. 1350). Reconstructies en/of restauraties zijn voltooid in 1881 (Van Lokhorst/Cuypers), 1939 (De Lussanet de Sablonière) en, met toevoeging van een nieuwe aanbouw, in 1996 (Marc van Roosmalen). Oppervlak: 10.000 vierkante meter
Locatie depots: ondergronds, drie lagen onder de kloostertuin en onder de nieuwbouw
Omvang collectie: 20 kilometer documenten Capaciteit: 27 kilometer Oudste stuk: Akte van Thorn (950), waarin Keizer Otto I de Grote een markt- en muntrecht voor de plaats Kessel schenkt aan graaf Ansfried, de latere bisschop van Utrecht. Dit is het oudste archiefstuk van Nederland. Bijzondere schat: de Annales Rodenses, de oudste verhalende bron in Nederland. Een monnik beschrijft daarin de stichting van de abdij van Rolduc. |
Archief herbergt historische én ruimtelijke geheimen
deel 3 in de serie Rijksarchieven
verschenen in Smaak, blad voor de Rijkshuisvesting, juli 2010
copyright Carien Overdijk
De Sint Pieterstraat, hartje Maastricht. Een abri met felgekleurde fastfoodreclame vraagt alle aandacht. Het sobere baksteen van een kerk-annex-kloostercomplex daarachter valt nauwelijks op. Nergens op de lange gevelwand een aanduiding dat hier een publieke instelling huist. Of toch? Wat doet die metershoge rafelrand daar in het metselwerk, bij dat raam?
‘Maastrichtenaren praten over het gebouw met de scheur, iedereen kent het zo’, lacht Lita Wiggers, sinds kort directeur van het Regionaal Historisch Centrum Maastricht. ‘De stadsommuring van 1229 lag precies op de plek van dat gat. Het klooster is er later overheen gebouwd.’ Op de binnenplaats van het kloostergebouw wijst de directeur een diepe greppel aan, waarin bij de laatste restauratie een stuk stadsmuur is blootgelegd. ‘Met de bres in de gevel is die muur symbolisch doorgetrokken.’
onzichtbaar
Dat het Maastrichtse stads- en rijksarchief zich niet uitbundig aan de straat bekendmaakt, sluit aan bij andere geheimzinnigheden van dit complex. De gotische kerk, waar de studiezaal is gevestigd, bevat bijvoorbeeld draaibare deuren, onzichtbaar weggewerkt in de wanden van mergelsteen. Bovenin, bij een tussenvloer, is een glas-in-loodraam onopvallend opengewerkt en van scharnieren voorzien om doorgang te bieden naar het kantoorgedeelte. En in het koor blijken de oude grafstenen bij nadere inspectie op een metaal-en-glasconstructie boven een ondergronds auditorium te zweven.
Latijnse opschriften, aangebracht na de laatste restauratie, versterken de Harry-Pottermagie. ‘Non sum qualis eram’ zegt een ervan: ik ben niet zoals ik was. Een rake spreuk, die zowel de vele fysieke metamorfoses kan betreffen als de historische functieveranderingen. Het complex diende ooit tot arsenaal, militair hospitaal en kazerne, maar behuisde later ook een zuurkoolfabriekje, een school en een padvindershonk.
De laatste restauratie-annex-uitbreiding, voltooid in 1996, voorkwam dat het toenmalige rijksarchief Limburg uit capaciteitsgebrek moest uitwijken naar nieuwbouw. ‘Het rijksarchief was al sinds 1880 op deze plek gevestigd’, vertelt rijksarchivaris Jacques van Rensch, die directeur Wiggers tijdens het bezoek van Smaak terzijde staat. ‘De gemeente wilde het graag hier houden, want de rechtbank en het gouvernement waren al uit de binnenstad vertrokken, en het was moeilijk om voor een monument als dit een nieuwe bestemming te vinden. Dankzij financiering en facilitering van het rijk werd het mogelijk om hier een compleet nieuwe archiefinrichting te bouwen.’
ondergronds
Het resultaat is, evenals bij de zusterinstelling in Middelburg (zie Smaak 46), een wonderschone combinatie van oud en nieuw. Architect Marc van Roosmalen van de Rijksgebouwendienst heeft destijds met grote inventiviteit een reeks ruimtelijke problemen opgelost. Ook in Maastricht gingen de depots ondergronds, ditmaal onder een nieuw gevormde binnentuin, omringd door nieuwbouw, de kerk en het kloostergebouw. Een in glas uitgevoerde moderne kloostergang langs de oorspronkelijke buitenmuur van de kerk verbindt de studiezaal met de koffiekamer, die deel uitmaakt van de nieuwbouw. Een vide langs deze glazen gang geeft bovendien zicht op een ondergrondse ‘dienststraat’, waar archiefstukken van en naar de depots worden gebracht. Terwijl het personeel zo van het daglicht profiteert, hebben bezoekers naar beneden toe zicht op de gemetselde bogen van de kerkfundamenten, met daarlangs een uitstalling van opgegraven middeleeuwse plavuizen.
galm
Rijksarchivaris Van Rensch neemt zijn bezoeker mee naar de studiezaal in het schip van de kerk. ‘Vroeger was het hier volgepropt, met een tweelaags depot, een studieruimte, en in het koor het restauratie-atelier. Het zicht op het oorspronkelijke interieur van de kerk was grotendeels verdwenen. En er lag duivenpoep, want de dakkapelletjes stonden open. Er was veel achterstallig onderhoud.’ Nu ontvouwt zich een magistrale ruimte boven de oude kerkplavuizen. De receptie, wat houten tafels en een rij kasten verstoren het beeld nauwelijks.
In een van de zijbeuken is een inbouw met studiecellen. Daarboven dient een vloer met balustrade voor kasten met veelgevraagd materiaal. ‘Dat kan er allemaal weer uit, zonder schade aan het gebouw’, vertelt van Rensch. ‘Die omkeerbare aanpak is hier in Maastricht later nagevolgd door een boekhandel in de Dominicanerkerk en een hotel in de kruisherenkerk.’
De galm van de holle ruimte is met geluiddempend materiaal en een slimme opstelling van het meubilair grotendeels ondervangen, maar de klimaatbeheersing blijft lastig. ‘Vooral in het voor- en najaar, als de dag- en nachttemperaturen sterk verschillen.’
wrakke stoeltjes
Via het koor, dat met zijn schimmen van 16e eeuwse muurschilderingen als expositieruimte voor bijzondere archiefstukken dient, bereiken we de Sterre der Zeekapel. Oorspronkelijk bestemd voor Mariaverering, nu een bijzondere vergaderzaal. ‘Hier ben ik ooit mijn werkende leven begonnen’, lacht de rijksarchivaris. ‘Het was romantisch, halfdonker en we zaten op wrakke stoeltjes. Nu zijn ze gerestaureerd, maar nog steeds ongemakkelijk. Vergaderingen duren dus nooit lang!’ De kapel herbergt een collectie heiligenbeelden die na de laatste restauratie is teruggeschonken door het Bonnefantenmuseum. De Franciscanen hadden ze op hun vlucht meegenomen toen ze omstreeks 1640 van deze plek werden verdreven. In het kader van de eenprocentsregeling ontwierp Cornelis Rogge een boomachtig ijzeren frame dat de beelden fraai binnen het kader van een booggewelf positioneert.
grenscorrecties
Tijd voor een afdaling in de depots. ‘Wat dit archief onderscheidt’, vertelt Van Rensch, ‘is zijn internationale karakter. Veel van de documenten zijn gerelateerd aan onze ligging op het kruispunt van de oost-west-as tussen Duitsland en Brussel en de noord-zuidverbinding met Luik en Den Haag. Tot 1866 was Limburg deel van de Duitse Bond, eerder ook van het Duitse Rijk. En tot ver in de twintigste eeuw waren er nog grenscorrecties. We beheren bijvoorbeeld Duitse gerechtsdossiers, waarvan contractueel is bepaald dat dat hier moest blijven. Maar we hebben ook een Franstalig archief van het departement Nedermaas tussen 1795 en 1813, en veel materiaal in het Latijn. En kerkarchieven van het bisdom Roermond, uit een periode waarin de Republiek der Nederlanden officieel geen bisdommen had.’
proceszakken
Een ondergrondse expositieruimte bevat vitrines met ‘proceszakken’ waarin bewijsstukken voor strafzaken werden bewaard. Ook zijn er bankbiljetten te bewonderen (‘we hebben hier waardepapieren van alle gekroonde hoofden van Europa’, aldus Van Rensch), een aandoenlijk vondelingenbriefje, en een imposante, meterslange rol perkament met belastinginkomsten uit de veertiende eeuw. Verrassend zijn ook de handgeschreven briefjes die, vastgebonden aan duivenpootjes, de correspondentie vormden tussen een zeventiende-eeuws Venlo en haar belegeraars.
In de zogeheten charterkelder, waar oorkonden worden bewaard, staan we stil bij de kwartierstaten van Thorn. De grote vellen perkament tonen kleurrijke, achttiende-eeuwse gravinnenstambomen, met van tenminste drie voorgaande generaties alle wapens en voorouderlijke bezittingen. ‘Ze dienden als bewijs dat een kandidate voor intreding in een zogeheten stift, een open kloosterorde, van zuivere adel was’, aldus Van Rensch. ‘En als zo iemand later wilde trouwen, bood dit document de huwelijkskandidaat zekerheid dat hij geen kat in de zak kocht.’
mergel
Via zwevende wenteltrappen is er vanuit de depots toegang tot de kantoren in de nieuwbouw en in de negentiende-eeuwse kloosteruitbreiding. Deze bouwdelen grenzen aan een stukje oer-Maastricht. Hier stroomt het riviertje de Jeker langs een stadsmuur van rond 1300. Een serie middeleeuwse kloosterwoninkjes, een stadspoort en een kasteeltje vormen aan de Begijnenstraat een idyllisch ensemble. Vanaf deze kant is er overdag vrij toegang tot de kloostertuin van het archiefcomplex, waar de zachtgele nieuwbouw harmonieert met het eeuwenoude mergel van de kerkmuur.
Aan deze zuidzijde is geen publieksingang, maar directeur Wiggers is blij met de toegang tot de tuin. Vanuit haar werkkamer hoort ze hier regelmatig stadsgidsen langskomen met een groep. ‘Ik luister weleens mee, en dan hoor ik dat de gids ons uitvoerig bespreekt: hier liggen de archieven van de stad Maastricht, er is een studiezaal en je kunt hier ook foto’s bekijken. Maar mensen mogen ons nog makkelijker weten te vinden. Daar zie ik een mooie taak weggelegd.’
dit artikel maakt deel uit van een serie over de provinciaal gevestigde archieven in rijksmonumenten. In het volgende nummer van Smaak: Zwolle