Boekbespreking
Namen op de kaart, Oorsprong van geografische namen in Nederland en Vlaanderen, door Riemer Reinsma.
Uitgeverij Atlas, 254 pagina’s, € 19,90
Isbn 978 90 450 1108
waardering: vier sterren (van vijf)
copyright Carien Overdijk
verschenen in De Volkskrant, 31 juli 2009
Regelrecht naar je bestemming tomtommen, blindelings een all-in vakantie boeken, het kan. Maar dan mis je wel de romantiek van het kaartlezen. Want zelfs middenin de randstad, in het zwaar aangevreten Groene Hart, liggen nog wel mooi het Spookverlaat en de Galgweg.
Ook minder dramatische kaartwoorden hebben zeggingskracht. Van Vijfhuizen of Amsterdam ligt de betekenis voor het oprapen, maar wie weet dat de Merwede, nog onbedijkt, eeuwenlang een onbestemde wildernis was, uitgedrukt in middeleeuwse termen voor moeras, meer en woud, wede?
oerwoorden
Taalschrijver en Neerlandicus Riemer Reinsma verklaart in zijn onderhoudende Namen op de Kaart een kleine duizend Nederlandse en Vlaamse kaartnamen. Daarbij mijdt hij de bekende weg (in het register dus ook geen Amsterdam, Den Haag of Rotterdam) en voert hij de lezer naar oerwoorden, fabels en feiten die dieper in plaatsnamen verborgen liggen. Hij populariseert een schat aan kennis, getuige zijn verwijzingen naar de bijna tweehonderd bronnen die achterin gedocumenteerd staan.
Er zijn hoofdstukken over volksgeloof (Murmerwoude, Kabouterberg), over zelfspot in carnavalsnamen (Muggeziftersgat), over deftigdoenerij (Oirschot) en over het moeizame gehaspel van fusiegemeenten. Natuurlijk ontbreekt water niet (lede, een gegraven waterloop, schuilt in Heiligerlee, Schipluiden en Haarlemmerliede), noch bos (lo en hout duiden op zandgrond, woud en wold(e) op natte klei).
De vele dwarsverbanden en verrassende woordrijtjes verleiden je al snel om zelf etymoloog te spelen. Souburg (ooit Sutburgh), Surhuizum, Zuurland (Zuderlant) en Zutphen (Sutfenne, zuidelijk veen), ze beginnen inderdaad allemaal met diezelfde windrichting. Maar dat het dorpje Bazuin een vervormd bezuiden is, verzin je dan weer niet.
hazen
Het boek onthult ook dat niet alles is wat het lijkt. Finsterwolde was geen duister woud, Schiphol geen scheepshel. Hazerswoude wemelde niet van de hazen, en lo kan, behalve een middeleeuws bos, lauha, ook een lahwa, een poel of moeras, zijn. Bovendien spreken taalkundigen elkaar vaak tegen. In dat geval zet Reinsma bescheiden de standpunten naast elkaar.
Compleetheid ambieerde de auteur niet, want de atlas toont tussen Noordzee, Duitsland en Wallonië zo’n 55.000 namen. Maar alle verwijzingen en invalshoeken helpen de nieuwsgierige kaartromanticus goed op streek.
Nu Google een ongeëvenaarde naslagfunctie vervult, hindert het ook nauwelijks dat poldertermen als tocht (sloot) en verlaat (sluis), of het markante Vlaamse Pajottenland (huurlingenland) ontbreken. En finesses, die haal je bij de streekbewoners. Zo is het gruwelverhaal van het Spookverlaat na te vragen in het voormalige Hadewart’s woud. Ofwel Hazerswoude.