Het bomenboek

Koos van Zomeren

De Arbeiderspers, 189 pagina’s, € 18,95

ISBN 978 90 295 6657 5


Beknelde boomachtigen behouden hun mysterie


copyright Carien Overdijk

verschenen in De Volkskrant op 14 november 2008

boekwaardering: vier sterren (van vijf)


‘Enorme versteende spierbundels’ ontwaart Koos van Zomeren op een acacia. En tijdens een storm hebben bomen volgens hem ‘iets van galeislaven die aan hun ketenen rukken.’ Waarna hij bomen aantreft ‘die als murwgebeukte boksers in de armen van een buurman hangen.’

In Het Bomenboek zijn 78 columns gebundeld die romancier Van Zomeren de afgelopen twee jaar voor NRC Handelsblad schreef. Daarin weet hij bomen soms plastisch te personifiëren, terwijl hij toch ook afstand houdt. Praten met bomen is hem vreemd, al acht hij het een voordeel boven ‘praten met God’ dat bomen ‘nooit, maar dan ook nooit oproepen tot het doodslaan van ongelovigen.’

In vrijwel elke aflevering gaat hij, verwonderde kijker, met een nieuwe deskundige op stap. Samen nemen ze iets boomachtigs onder de loep. Dat kan een woudreus zijn, een rijtje zieltogende stadslinden, een ginkgo in een tuin, een boomziekte, een bijzondere groeivorm. Boomvogels ook, en boominsecten.

Zijn informanten figureren als flash-exegeten. De ongetwijfeld breedvoerige uitleg van die stoet wetenschappers, bosbeheerders en boomconsulenten is Vanzomeriaans teruggesnoeid tot kernachtige citaten.

‘Een boom heeft in principe het eeuwige leven,’ verklaart een hoogleraar bosecologie bijvoorbeeld. ‘Hij moet zich alleen teweer stellen tegen van buitenaf komend onheil.’ Dan klapt het orakel alweer dicht en neemt de woordgierige columnist het over. In zuinige zinnen vat hij samen en raakt hij snel de essentie.

Milde ironie schemert door alle teksten. Van Zomeren constateert bijvoorbeeld ‘ideaal uitvaartweer’ of bekommert zich om de eikeltjesvreters van de Veluwe. ‘De overtollige zwijnen! (…) Ze wisten van niets, maar hún ontslagrecht was wel degelijk versoepeld.’ Subtiliteiten zijn er ook: ‘Het blad van de hazelaar voelt aan alsof het geweven is, van zijde ofzo.’

De helden van deze reeks tonen niet alleen hun oerkracht, overlevingsdrift, herstelvermogen en mensoverstijgende levensduur. Ze raken ook bekneld en bedreigd, in de eerste plaats door soortgenoten. Mensen zijn, in hun bouwwoede, een goede tweede. Alpinist Bart Vos kerkerde in zijn vorige huis zelfs een knoert van een robinia in. ‘Ik heb hem nooit als een levend iets ervaren’, is zijn weerwoord.

De columnist ontrafelt veel (‘een boom die vijftig is, voelt zich pas acht, want hij werkt alleen met zijn acht buitenste jaarringen’), maar op sommige waarom-vragen blijven ook de modernste boomvorsers het antwoord schuldig. Zo behoudt de boom ook in deze zoektocht zijn mysterie.

Tere tekeningen en etsen van Erik van Ommeren en een verzorgde typografie maken het boek af. Lees het in een bos, of tenminste in de buurt van een boom.