Een brede regiegroep moet de openbare aanbesteding van bouwprojecten vereenvoudigen. Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol kondigde dit initiatief aan op een roerig congres over Europees Aanbesteden in Amersfoort.
Copyright Carien Overdijk
Verschenen in Binnenlands Bestuur, 12 december 2008
Openbare aanbestedingen van bouw- en ontwikkelopdrachten zijn in Nederland ontaard in ingewikkelde administratieve procedures. Niet zelden lopen ze uit op een juridisch conflict. De kwaliteit van ruimtelijke plannen raakt daardoor steeds verder op de achtergrond. Daarover lijken alle betrokken partijen – van projectontwikkelaars en architecten tot gemeenten en de door hen ingehuuurde procesmanagers - het in Amersfoort wel eens.
Een kleine tweehonderd architecten zijn op het congres in Amersfoort afgekomen. De meesten voelen zich uitgesloten bij openbare aanbestedingen. De voorzitter van hun beroepsvereniging BNA, Jeroen van Schooten, meldt dat tachtig procent van zijn leden, na talloze vergeefse pogingen, niet eens meer offreert op publieke gebouwen. ‘Opdrachtgevers, u spreekt de branche niet meer aan. Het gaat weliswaar slechts om zes procent van de opdrachten, maar het zijn wel de mooiste.’
Onderzoek van adviesbureau OTB, in opdracht van het Atelier Rijksbouwmeester, wijst inderdaad uit dat architectenbureaus met minder dan veertig personeelsleden zelden meer een opdracht voor een bibliotheek, school of gemeentehuis in de wacht slepen. Vijfennegentig procent van de publieke bouwopdrachten ging dit jaar naar de grootste bureaus. Bovendien stagneert het aantal gunningen. Op ruim honderd aangekondigde schoolgebouwen zijn dit jaar bijvoorbeeld nog maar veertig gunningen verleend.
De opdrachtvoorwaarden zijn vaak onredelijk en irreëel, vinden architecten en projectontwikkelaars. Het OTB-onderzoek lijkt ook dit te bevestigen. De omzeteisen die gemeenten aan architectenbureaus stellen, kunnen een factor drie verschillen bij een bepaald bouwoppervlak. De referentie-eisen zijn soms extreem: voor een brede school moest de inschrijvende architect in de afgelopen vijf jaar drie gelijksoortige gebouwen op zijn naam hebben gezet.
Peter Noordanus, voorzitter van ontwikkelaarskoepel Neprom, stelt dat gemeenten de specificaties voor grote projecten vantevoren bovendien zó dichttimmeren, dat een creatieve invulling en een reële offerte onmogelijk worden. Hij doelde daarbij niet alleen op prijslimieten, waardoor bijvoorbeeld de aanbesteding van een mega-opdracht als het kernwinkelgebied Leidsche Rijn slechts één betaalbare inschrijving opleverde, maar ook op uitvoeringsvoorwaarden. ‘Bij gebiedsontwikkeling en infrastructuur gaat het over termijnen van minstens tien, vijftien jaar. De regelgeving is voortdurend in beweging. Fijnstofproblematiek of veiligheidseisen moet je pas later, in concurrentie, oplossen met de wetten en de stand van de techniek van dat moment. Als we dat bij de HSL hadden gedaan, lagen er nu geen tientallen kilometers spoor te roesten.’
De architecten missen bij de overheid vooral deskundig opdrachtgeverschap. Zij moeten lange vragenlijsten invullen die niets met de ontwerpopgave te maken hebben, of ze moeten lukraak een maquette of een schets indienen zonder vooraf de opdrachtgever te kunnen spreken. Slechts incidenteel worden gegadigden vóór de offertefase uitgenodigd om de bouwlocatie met de eindgebruiker of een stadsarchitect te bezichtigen en de opgave door te spreken.
De overheid is op het Amersfoortse congres onder meer vertegenwoordigd met een dertigtal wethouders en een vijftigtal juristen, projectleiders en inkopers van grote en kleinere gemeenten. Ook hogere overheden en adviesbureaus die gemeenten bij bouwopdrachten terzijde staan zijn met enkele tientallen personen vertegenwoordigd. Maar de partijen aan de aanbestedingskant houden zich, op een enkeling na, opvallend stil.
Wel is er een weerwoord van spreker Roelof Bleker, voorzitter van de VNG-commissie Ruimte en Wonen en wethouder in Enschede. Hij voert aan dat gemeenten beducht zijn voor aanbestedingsfouten en voor tegenvallers van miljoenen euro’s. ‘Bovendien hebben ontwikkelaars vaak al grondposities ingenomen, en zijn ze snel met juridische dreigementen. En hun juristen zijn vaak beter dan de onze, zodat de meerkosten uiteindelijk tóch weer onze kant opkomen.’
Rijksbouwmeester Van der Pol concludeert in Amersfoort dat alle partijen gebaat zijn met eenvoudiger procedures. Zij vindt dat publieke opdrachtgevers zich nu vaak nodeloos uitvoerig indekken tegen risico’s. ‘U hoeft van de wet geen omzet- of referentieeisen te stellen, en u hoeft niet bang te zijn voor tweehonderd of meer inschrijvingen. Met een deskundige jury vist u er snel de vijf beste uit.’
De Rijksbouwmeester wil zich met een ‘regiegroep’, waarin alle betrokken partijen zitting krijgen, buigen over de uitkomsten van het OTB-onderzoek. De regiegroep gaat een ‘regelgeving light’ uitwerken voor Europese aanbestedingen. In januari wil van der Pol de voorstellen voorleggen aan het kabinet.
Intussen is de beroepsvereniging BNA al in gesprek met de mededingingsautoriteit NMA en het ministerie van EZ. ‘Wij willen, als leverancier van intellectuele dienstverlening, van de 2A-lijst naar de 2B-lijst (het zogenaamde beperkte regime, red.) voor Europese aanbestedingen’, meldt Van Schooten. Ook komt er per 1 januari een BNA-meldpunt voor problematische aanbestedingen. In het voorjaar van 2009 brengt de BNA bovendien een ‘werkmap’ uit voor opdrachtgevers, die moet bijdragen aan een meer professionele aanbesteding. ‘Met een executive summary voor wethouders.’