boekbespreking
You are not a gadget/ A manifesto, door Jaron Lanier. Penguin, 209 pagina’s, paperback, ca. € 16,00
ISBN 978 1 846 14342 7
waardering: drie sterren (van vijf)
waardering: drie sterren (van vijf)
licht ingekort verschenen in De Volkskrant, 10 april 2010
copyright Carien Overdijk
Een leven zonder e-mail, Funda, eBay, YouTube of Wikipedia? De digitale snelweg is kleurrijk en comfortabel, en al bijna even gewoon als de A12.
Maar terwijl asfalt een officiële beheerder heeft, duidelijk is afgebakend en onderworpen aan strenge verkeersregels, is internet een wild uitdijende, grotendeels ongereguleerde en onoverzichtelijke vrije ruimte, waar je ook naar hartelust vermomd kunt ronddarren. Dus wie tref je daar, behalve massa’s brave burgers? Niet alleen de hackers, illegale downloaders, psychopaten en pestkoppen, maar ook de zwaardere jongens: rovers, fraudeurs, terroristen, saboteurs en seksdelinquenten.
Overheden hebben hun handen vol aan de digipiraterij. De gespecialiseerde internetrechercheur is terecht in opmars, en zowel in de VS als in Europa zijn wetten op komst die illegale kopieerdrift en dito handel moeten inperken.
alarm
Twee veertigplussers, Amerikanen van de eerste computergeneratie, pleiten echter voor zwaardere maatregelen. Niet toevallig draagt hun beider geschreven alarm een bedrukkend grijs-zwart omslag met sobere belettering. You are not a gadget, waarschuwt de computertechneut-annex-popmusicus Jaron Lanier. Delete, beveelt zelfs Viktor Mayer-Schönberger, software-econoom en bestuurskundige aan de universiteiten van Harvard en Singapore.
Mayer-Schönberger is vooral bezorgd over privacy. Hij hekelt dat internet alles kan onthouden en dat iedereen er dingen kan opduikelen, bewaren en elders publiceren. Zodat je door één onbezonnen foto, lang geleden toch eigenhandig van je Hyvespagina verwijderd, tóch die droombaan misloopt. Of zodat je verkeersongeluk, juridisch allang afgehandeld, je voorgoed achtervolgt in de vorm van een extra hoge verzekeringspremie. Of zodat je, omdat je ooit iets schreef over je LSD-trip, de VS niet meer inkomt. Het zijn waargebeurde voorbeelden, door de auteur uit de krant geplukt.
panopticon
Orwell’s Big Brother of de alomtegenwoordige straatcamera’s noemt de bestuurskundige niet. Maar even herkenbaar positioneert hij ons in een panopticon, de fictieve gevangenis van de vooruitziende 18e eeuwse filosoof Bentham ‘waarin de bewaarders onopgemerkt gevangenen konden observeren (…) zodat de gevangenen zich tegen lage kosten goed zouden gedragen (…), om zo de macht van de ene geest over de andere te bewerkstelligen.’
Naast privacy-problemen veroorzaakt de snelgroeiende databrij op internet volgens Mayer-Schönberger bovendien maatschappelijke stroperigheid. Besluitvorming zou steeds verder vertragen en aan kwaliteit inboeten. Delete zingt de lof van het vergeten, een hersenfunctie die ons zou helpen om te abstraheren en te generaliseren. De auteur relativeert de rol van pre-digitale externe geheugens (beeld en tekst), verzint manieren om het alomvattende internetgeheugen te disciplineren en verwerpt die weer. Er zit volgens hem maar één ding op: wissen, wegpoetsen, leegvegen. Binnen harde, wettelijke termijnen.
anti-humaan
Jaron Lanier’s zorgen gaan verder. Als voormalig producent van virtual reality-producten stond hij aan de basis van de eerste avatars, de gefantaseerde alter-ego’s die zich op internet als mensen kunnen voordoen. Nu vreest hij dat anderen, via meer geavanceerde speeltjes, op het inmiddels zo interactieve internet aan een systeem bouwen dat de mens zijn individualiteit zal afnemen. Je bent geen speeltje, roept hij daarom zijn lezers toe.
De auteur ziet de digitale toekomst somber in. ‘De online-cultuur heeft een voorkeur voor anti-humane gedachtengangen’, schrijft hij. ‘Web 2.0 programma’s (een verzamelnaam voor interactieve software zoals YouTube, Facebook, Wikipedia of het bewerkbare besturingssysteem Unix, co.) vereisen dat mensen zich reduceren tot een simpeler versie van zichzelf. (…) Wanneer je de groep boven het individu stelt, gaan mensen zich minder menselijk gedragen.’
Hij staaft dit met verwijzing naar het groepsgewijs schelden op sites, de anonieme misdragingen, het mixen en ongelimiteerd te gelde maken van andermans werk en de moedwillige manipulatie van zogeheten computing clouds (computernetwerken die zware rekenprogramma’s aankunnen) die de financiële crisis inluidde.
religie
Boven dit soort onmiskenbare narigheden hangt voor Lanier een extra dreiging. In Silicon Valley is namelijk een nieuwe religie ontstaan. Voormalige nerd-vriendjes van de auteur, maar ook een kopstuk als Google-oprichter Larry Page, verwachten dat het internet ooit tot leven komt. Zij geloven in en bouwen aan The Singularity.
The Singularity (letterlijk: eenvormigheid) is – aldus de gelovigen – het ultieme evolutiestadium van internet: één metabewustzijn, één virtuele hersenpan, die uiteindelijk alle geesten der mensheid zal verenigen en onsterfelijk maken. Exit oorlogen en andere tegenstellingen, enter de superintelligentie waaraan iedereen zal bijdragen en zich als individu zal onderwerpen. Wikipedia, Unix en andere open-source software zijn in deze visie de primitieve voorlopertjes.
Lanier gruwt van dit ‘cybernetisch totalitarisme’, maar verzuimt uit te leggen dat het hier gaat om een ontspoorde incrowd-fantasie. Computers overtreffen mensen in snelheid en geheugencapaciteit, maar hun denkvermogen is uiterst pover. Leren, associëren en abstraheren, zelfs de pioniers van de kunstmatige intelligentie krijgen er nauwelijks vat op.
De nerds die het virtuele superwezen verbeiden, zijn natuurlijk ook apostelen van een open internet. Hoe meer mensen meebouwen aan software en sites, des te sneller zou het net spiritueel levensvatbaar zijn.
dictatuur
Lanier vreest dat de zo bejubelde openheid op internet een economische dictatuur zal verwekken, een nieuw soort communisme waarin slimme ondernemers mensen verleiden om hun identiteit in hún formats te persen, om zoveel mogelijk informatie gratis aan te leveren en om hún lucratieve producten te helpen bouwen. Zodat ze straks alleen nog deel zijn van een crowd, een gadget in de klauwen van een internet-oligarchie.
De vroegere avatar-bouwer wil daarom zoveel mogelijk activiteiten op het net geprivatiseerd zien. Daarnaast roept hij zijn lezers op om hun ‘depersonalisatie’ actief tegen te gaan. We moeten van Lanier de anonimiteit vermijden, ons terugtrekken uit netwerken als Hyves en Facebook, unieke websites bouwen en op Wikipedia alleen nog sterk persoonlijk gekleurde bijdragen leveren.
kopiëren
De doemprofeten vinden elkaar op het uitgeholde auteursrecht. Dat Lanier zich daarbij ook druk maakt over een vermeend teruglopende creativiteit bij jongere generaties (‘ze kopiëren alleen nog’), lijkt vooral ingegeven door zijn kwetsbare positie als vrij onbekend popmusicus. Kunstacademies, podia en ateliers zijn overal nog immers springlevend, en hun verlengstukken op internet al evenzeer. Imiteren, mixen en hergebruiken is bovendien van alle tijden.
De pakkend geschreven betogen slaan allebei door. Wie in deze eeuw nog veel privacy wenst, moet het openbare leven gewoon mijden, en internet dus ook. Mayer-Schönberger’s heilzame vergeetfunctie is – hoe fraai geanalyseerd ook - niet wetenschappelijk onderbouwd, en zijn bezwaren tegen ons nieuwe collectieve geheugen zijn op zijn minst discutabel. Laten we vooral heel selectief informatie weggooien. Opgeslagen data kunnen misschien ook levens redden.
vergeetfase
Lanier’s gevreesde totalitarisme krijgt in een vrije economie weinig kans. Toen uitkwam dat Google alle zoekopdrachten bewaarde en voortdurend zoekgeschiedenissen moest leveren aan justitie, ontstond er consumentendruk om ze sneller te anonimiseren. Andere zoekmachines (van Microsoft, Ask.com en Yahoo) roken een kans en stelden hún vergeetfase strakker in. Waarop Google wéér een kortere tijd (negen maanden) instelde. De macht grijpen op internet is één ding, hem behouden iets anders.
Natuurlijk, iedereen kan er spelen met identiteit. Je hebt er zó driehonderd onechte vrienden, je kunt er eindeloos puberen. Maar wie sociaal over de schreef gaat, weet zich vaak snel gecorrigeerd door de crowds die Lanier zo wantrouwt. Ook sitebeheerders worden tot fatsoen gedwongen. De gehackte lijst Shell-medewerkers die iemand onlangs online zette, was er zo weer af.
Terwijl Lanier en Mayer-Schönberger huiveren voor de dimensies van de onzichtbare snelweg, lijken veel gebruikers zich die allang bewust te zijn. Het interactieve net is misschien niet zo heel anders dan een dichtbevolkte, camerabeveiligde metropool. Je kunt je verstoppen, maar je laat onvermijdelijk sporen achter.
Internet is beslist toe aan meer spelregels, en meer blauw op straat. Maar juist zijn open karakter en zijn ijzersterke geheugen werken zelfregulerend. Zou die virtuele sociale controle ons, in dat toch allang onvermijdelijke panopticon, niet juist naar een hoger beschavingsniveau brengen?