De spermacompetitie blijft draaien
boekbesprekingen
Marike van Zanten, Mevrouw, mijn heren…, Archipel, € 18,50
Diana Jaffé, De klant is koningin, Spectrum € 21,95
verschenen in De Volkskrant 3 maart 2006
copyright Carien Overdijk
‘Je blijft een buitenstaander’ zegt Saskia Stuiveling, president van de Algemene Rekenkamer, over haar positie tussen mannelijke bestuurders. ‘Want je zit niet in hetzelfde circuit, je maakt niet dezelfde grapjes, je ergert je aan andere dingen en ze gedragen zich anders als jij erbij bent dan onder elkaar.’
In het lezenswaardige ‘Mevrouw, mijne heren’ van economisch journalist Marike van Zanten vertellen vijfentwintig vrouwelijke topmanagers openhartig over hun leven in de wereld van de grijze-pakkenbrigade. Het boek, dat naast de interviews ook recent onderzoeksmateriaal bevat, dingt op 14 maart, naast vijf nogal onvergelijkbare nominaties, mee naar de titel Managementboek van 2006.
Na de jarenlange stroom klaag- en pepboeken over zakenvrouwen is Van Zanten’s bundel de eerste die de nuance zoekt. Haar teksten lezen bovendien vlot weg en mijden jargon. Eén smetje slechts: tot viermaal toe misbruikt de auteur emfatisch voor empathisch.
buffelen
In de hoogste rangen van Nederlandse ondernemingen zijn vrouwen nog altijd schaars. Onder invloed van internationale fusies kruipt hun aantal nu iets omhoog. Werden alle AEX-fondsen in 2000 nog bestuurd door herengezelschappen, nu hanteert Nancy McKinstry (45) de voorzittershamer bij Wolters Kluwer en hebben ook Shell en TPG een – buitenlandse - vrouw in hun raad van bestuur. De enige Nederlandse die de beurs bespeelt, doet dat vanuit Duitsland. Psycholoog en bedrijfskundige Karin Dorrepaal (44) is lid van de raad van bestuur van het Duitse farmaceutische concern Schering.
Dorrepaal en McKinstry krijgen in Van Zanten’s boek gezelschap van dertien zakelijke en twee politieke bestuurders, zeven ondernemers en een generaal. De vijfentwintig buffelen even hard als hun mannelijke evenknieën, gemiddeld zo’n zestig uur per week. De meesten hebben een zorgzame partner die thuis alles regelt. Op deze manier zwaaien zelfs twee moeders met ieder vier opgroeiende kinderen en twee moeders van drie ukkies nu de scepter over grote organisaties.
Verder lijken ze nauwelijks op elkaar. Er zijn chique en stoere topvrouwen, ernstige en luchthartige. De een knokte zich omhoog, de ander merkte niks van discriminatie. Sommigen verfoeien machtspolitiek, een minderheid is er zelf bedreven in. De een bespeurt bij vrouwen net zoveel ambitie en leiderschapstalent als bij mannen, de ander noemt zich een buitenbeentje.
apenrots
Veel hangt samen met hun achtergrond. Vrouwen uit een ondernemersnest, als meisjes niet geremd in hun ambitie, voegen zich makkelijker naar de mores bovenop de apenrots. ‘Als je niet tegen politiek spel kunt of er niet aan mee wilt doen (…) dan hoor je niet thuis aan de top’, zegt bijvoorbeeld Corus-bestuurder Marjan Oudeman (48). ‘Ik zeg ook weleens getverderrie. Maar het hoort nu eenmaal bij je positie (…) Macht is het sleutelwoord.’
Terwijl sommigen voor een harde stijl kiezen, gooien anderen sensitiviteit en charme in de strijd. Multicommissaris Trude Maas (59) scoort bij de Philipsbonzen met humor: wanneer komt er nou eens een strijkijzer voor mannen? Jacqueline Rijsdijk (49), divisiedirecteur bij de Nederlandse Bank: ‘Ik kleed me heel vrouwelijk als ik echte mannen tegenover me heb.’ Alexandra Cook-Schaapveld (48), directeur-generaal bij ABN Amro: ‘De ene keer haal je iemand over met ferme stem. De andere keer door met een glimlach te zeggen: ach, doe het dan voor mij.’
Verrassend is de zelfanalyse van Carmen Breeveld, directeur-oprichter van personeelsdienstverlener Team Care: ‘Ik heb een heel laag empathisch vermogen, maar dat camoufleer ik met sociale vaardigheden.’ Ze dicht zichzelf een ‘mannelijk profiel’ toe.
tirade
Onbedoeld kregen de hooggehakte damesbenen op het omslag van ‘Mevrouw, mijne heren…’ een echo bij het kort daarna verschenen ‘De klant is koningin’, een vertaalde Duitse tirade tegen het vrouwvijandige bedrijfsleven. De cover, zegt auteur Diana Jaffé doodleuk in haar eigen boek, is óók een staaltje van die vijandigheid. Ze walgt van het ontwerp, zeker nadat ze ontdekte dat ‘fotodatabanken honderden foto’s hebben van vrouwen met een afgesneden bovenlichaam, maar niet één waarop het bovenlichaam van een man ontbreekt.’ Onder druk van commerciële argumenten ging ze toch akkoord. ‘Wel heb ik verhinderd dat de titel in zuurstokroze werd afgedrukt.’
Marketingadviseur Jaffé is van de tegenwoordig weer populaire nature-school: oerdriften en hormonen regeren de seksen. Haar mannen zijn ‘eenzame cowboys’, haar vrouwen sociale stresskippen, die ‘tijdens hun vruchtbare dagen het liefst korte rokjes dragen.’ Vijftien pagina’s lang wijdt ze uit over zintuiglijke sekseverschillen, met als hoogtepunten de vaststelling dat ‘de vrouwenhuid tienmaal gevoeliger is dan die van mannen’ en dat vrouwen ‘een eeuwige vijand’ hebben in de zogeheten olf, de lichaamsgeur, die zij scherper waarnemen dan mannen. De onderzoeken waaraan Jaffé dit alles zegt te ontlenen, blijven helaas ongedocumenteerd.
pumps
Terwijl je nog een eind meekomt als Jaffé bedrijven kortzichtigheid verwijt door een gebrek aan vrouwelijk management (tuingereedschap wordt ontworpen voor mannenhanden, terwijl er veel meer vrouwen tuinieren), transformeert haar betoog geleidelijk tot een komisch exhibitionisme. Jaffé pareert bij de aanschaf van haar auto moeizaam een macho-verkoper (en je krijgt de hele babylonische dialoog erbij), maar moet later, ‘psychisch gesloopt’, haar man naar de garage sturen om het ding gerepareerd te krijgen. Ook moppert ze op haar grote handtas, die ze steeds leeg moet kieperen om ‘iets belangrijks’ terug te vinden.
Jaffé hangt alles op aan het type – zijzelf - dat zonder pumps, megahandtas en een laag make-up de deur niet uitkomt. Het boek staat zo bol van de generalisaties en tegenstrijdigheden dat je tenslotte je wenkbrauwen optrekt bij haar zelfontworpen ‘Gender Specific Needs Matrix’, waarin ze mannen wegzet als kopers van tijdrovende, statusverhogende snufjes, tegenover vrouwen die snakken naar simpele, praktische tijdbespaarders.
Toch valt er tussen de driftige regels door veel op te pikken over marktonderzoek, productontwikkeling (van vrouwenmobieltje tot katbestendige bloemenvaas) en reclame. Deze hyperfeminiene zenuwpees beheerst de theorie van haar vak weer wel.
vriendje
Bij Van Zanten komt de vrouw juist los van het stereotype dat haar eeuwenlang heeft bekneld. In al hun heterogeniteit tonen de geïnterviewden zich van hetzelfde vitale, ambitieuze en hardschouderige kaliber als hun mannelijke collega’s. Toch verwijst ook Van Zanten naar de biologie. ‘Zodra een vrouw toetreedt tot een raad van bestuur komt de spermacompetitie op gang. Het groepsevenwicht wordt verstoord (…) en mannen krijgen thuis problemen als ze met Yolanda op zakenreis gaan.’
Dit mechanisme verklaart niet alleen het buitenstaander-gevoel van Stuiveling, maar ook de deceptie van Neelie Kroes, die jarenlang riep dat vrouwen niet moesten zeuren. Na haar ministerschap wilde geen enkel bedrijf haar in de raad van bestuur. ‘Mannen hebben het liefst een vriendje in hun raad,’ aldus de Eurocommissaris tegen Van Zanten. ‘Dat is vertrouwd. En als ze dat vriendje een gunst bewijzen, staan ze straks zelf weer bij hem op het lijstje.’