Portret van tulpenkwekers overstijgt het cliché
boekbespreking
Marie Louise Schipper en Leo Erken, Tulpengoud/Hartstocht, dromen en illusies in de tulpenwereld. Uitgeverij Ipso Facto, 256 pagina’s, € 27,50
ISBN 90 77386 033
verschenen in De Volkskrant, 31 maart 2006
copyright Carien Overdijk
Wat is een tulp? Het platgetreden symbool van onze natie roept lichte gêne op. Knalhard schetteren zijn kleuren straks weer in voortuintjes, die daarmee al gauw voor burgerlijk of provinciaal doorgaan. Bij een voorjaarsboeket denk je liever aan een compositie van veldkruiden. Eén paarse tulp in een hoekige vaas, vijftig witte in een accubak, zelfs zulke statements uit het designinterieur zijn alweer gedateerd. En het zijn ook niet de meest fijnbesnaarde nationaliteiten die zich elk jaar komen vergapen aan de bollenvelden.
Daar komt bij, de tulp is een rasvervuiler. De continuteelt op de geestgronden achter de duinen verziekt al decennialang het oppervlaktewater met mest en bestrijdingsmiddelen. De biologische versie wint nauwelijks terrein, want die is minder rendabel. Moeten we trots zijn op zo’n symbool?
brutaal
Een tegenwicht biedt Tulpengoud, een boek over het leven van drie tulpenkwekers, voorafgegaan door een gelijknamige documentaire. Journalist Marie Louise Schipper en fotograaf/filmer Leo Erken verdiepten zich vier jaar in ‘een wereld die we alleen van ansichtkaarten kenden,’ brachten vorig jaar de film uit en dit jaar het boek.
Ook bij dit duo blijft de tulp een macho. Brutaal, klinisch scherp domineert hij Erken’s beelden, onder zware voorjaarsluchten. Schippers typeert het bijbehorende milieu: rechtlijnig, fanatiek, monomaan. Bollenboeren dragen gouden kettingen, urineren in de sloot en scoren bij hun maten met ‘Een goeie tulp is als een mooie vrouw. Als ze slecht is in bed en niet kan koken, wat heb je er dan aan?’ Over bestrijdingsmiddelen praten ze niet. Behalve zo: ‘Als een veld met Round-up (een giftige verdelger, co.) is behandeld, vind ik het er persoonlijk heel mooi uitzien.’
Toch overstijgt het boek het cliché. Schippers en Erken dringen diep genoeg in de gesloten bollenwereld door om een parallel op te roepen met dat wél nationaal gekoesterde symbool: Franse wijn. Erken zoemt in op blozende en verweerde koppen, wonderlijke tulpvariëteiten en gepriegel met meeldraden. Schippers ontlokte de families van alles over hun scheidingen en kinderen, maar net zo goed over hun vak. Verrassend zijn de niet aflatende veredelingsmanie, de uitgekiende teeltmethodes en het mysterie van succesrijke mutanten (een lexicon achterin verklaart jargon en biedt achtergrondinformatie).
De boeren gebruiken hun zintuigen. Ze kijken, betasten, adoreren. Ze bewaren familiegeheimen en ontstelen elkaar succesnummers. Ook deze branche drijft op subtiele waarnemingen. De lucratieve internationale handel is al eeuwen in Nederlandse handen. In het buitenland – zelfs bij Chinezen en Fransen - is de tulp duur en exclusief.
De beleggingshausse van 2003 geeft het boek een dramatische wending. Zó zit je als lezer nog gemoedelijk met een bollenfamilie rond een pan tomatensoep, zó tref je ze met een zware claim bij het scheidsgerecht, hun bemiddelaar zelfs in het gevang. Het is bijna een echo van de beruchte tulpenkoorts in de zeventiende eeuw, die mensen aan de bedelstaf bracht. De tulp is machtig, het bollenbestaan hard.