Multicultureel en toch winst maken


Twee Nederlandse zakenlieden bepleiten openheid jegens andere culturen. Geen botsing der beschavingen, juist van het multinationale bedrijfsleven komt de universele beschaving.


boekbesprekingen

Antoine van Agtmael, De nieuwe multinationals. Uitgeverij Business Contact; 415 pagina’s; € 34,90 ISBN 978 90 470 0025 9

waardering: 4 sterren (van vijf)


Joop de Vries, Wiens Europa wint? Uitgeverij Business Contact; 353 pagina’s;

27,50 ISBN 90 470 0351 9

waardering: 4 sterren (van vijf)


verschenen in De Volkskrant 15 juni 2007

copyright Carien Overdijk


Wanneer komen de Chinezen? En wat blijft er over van het trotse Europa als een Aziatische tijger of een Amerikaans megaconcern de laatste multinational uit de oude wereld heeft opgeslokt? Rest ons dan de onderdanige rol van openluchtmuseum, die futurologen ons nu al voorspiegelen?

Twee Nederlandse, maar lang geleden uitgevlogen zakenlieden belichten ieder een deel van de kwesties hierboven. Hun expertise verschilt, hun onderwerp ook, maar hun dikke boeken zijn opvallend complementair.

Allereerst is daar Antoine van Agtmael, econoom, voormalig internationaal bankier, nu directeur van zijn eigen, middelgrote investeringsbedrijf in de VS. Al decennialang verkent hij niet-westerse fondsen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen hij bij de Wereldbank werkte, muntte hij de term emerging markets om het impopulaire ‘derde wereld’ te omzeilen.

Van Agtmael is kind aan huis bij exotische zakenimperia, en in De nieuwe multinationals mag de lezer mee. Bijvoorbeeld naar een onooglijk kantoortje waar een slimme Taiwanese tycoon zich schuilhoudt. Maar ook naar luxueuze software-bedrijfsparken in India, en naar de hypermoderne vliegtuigfabrikant Embraer in São Paulo. En hoewel het boek afsluit met adviezen voor investeerders, is het grotendeels ook een intrigerende documentaire voor wie geen cent kan wegzetten.

Het andere kloeke boek is van Joop de Vries, chemicus, voormalig Shell-manager en toekomstverkenner. In tegenstelling tot de veramerikaanste Van Agtmael, lijkt De Vries geëvolueerd tot oer-Europeaan. Na ruim twintig Europese dienstjaren in het oliemanagement, merendeels in Londen, verkaste hij als onderzoeker naar Parijs, en jaren later weer naar Heidelberg.


mentaliteiten

In Wiens Europa wint? doet De Vries zijn bij Shell geleerde kunstje ‘scenarioplanning’. Op basis van bestaande bevolkingsprofielen van vijf grote EU-landen onderscheidt de onderzoeker drie dominante mentaliteiten die – en dat is verrassend - in ieder Europees land aanwezig zijn. Voor elk van die levenshoudingen werkt hij een levendig toekomstscenario uit. Het boek besluit met deze drie toekomstige Europa’s, drie alternatieve politieke wegen.

De positief ingestelde zakenlieden zijn niet zo verbuitenlandst of ze heffen eensgezind een Hollands vingertje. Van Agtmael stelt dat de wereldeconomie geen zero sum game is, en dat Latijns-Amerika en Azië kunnen opbloeien zonder dat de oude wereldmachten eronder lijden. Mits de rijkste landen de bakens verzetten. ‘In de 19e eeuw keken Amerikaanse en Europese aristocraten neer op ondernemers en de opkomende middenklasse. Laten we (…) niet weer dezelfde fout maken.’

Ook De Vries pleit voor openheid jegens andere culturen en spreekt, onder verwijzing naar De Europese Droom van de Amerikaan Rifkin, nadrukkelijk zijn voorkeur uit voor wat hij de ‘voortrekkersmentaliteit’ noemt, een vrijzinnige, individualistische houding met genoeg durf om naar maatschappelijk én technologische vernieuwingen te streven. Voortrekkers denken niet zwart-wit, aldus De Vries, die evenals Van Agtmael het Angelsaksische zero sum spelletje afkeurt.

Juist dát spelletje hoort bij wat De Vries heeft betiteld als de ‘doorzettersmentaliteit.’ Doorzetters zijn doelgericht, materialistisch en willen hogerop in de maatschappij. Hun aantal groeit, met Groot-Brittannië (48 procent) aan kop.

Maar het is mentaliteit nummer drie, die van de ‘lotgenoten’, die in bijna heel Europa getalsmatig nog overheerst. Lotgenoten – De Vries verraadt met deze naam een lage status - zijn behoudzuchtige verenigingstypes met een sociale, maar kleinsteedse instelling. Zij voelen zich bedreigd door de globalisering.


universele beschaving

Beide auteurs hekelen logischerwijs Samuel Huntingtons doemboek Clash of civilizations. ‘We vergeten dat Europeanen (…) hun renaissance ondergingen na het contact met de islamitische beschavingen uit het midden-oosten’, schrijft Van Agtmael, die vooral creativiteit verwacht als gevolg van de conflicterende levensbeschouwingen. De al even belezen De Vries verwijst onder meer naar een recent werk van de Belg Heirman (Beschavingen botsen niet) en oppert zelfs dat we ‘getuige zijn van de opkomst van een universele beschaving.’

Incidenteel is Van Agtmael te betrappen op inconsequenties. Waar hij Amerikanen beticht van een ‘achterhaald twintigste-eeuws beeld van supermachten’ omdat ze overnamepogingen van Chinezen in Amerika dwarsbomen en zelfs tot ‘coup’ betitelen, heeft hij het zelf elders over ‘een pijnlijke en dramatische verschuiving van de macht naar opkomende markten.’ En éénmaal vormt China zelfs ‘een grote bedreiging voor India, de Verenigde Staten en Europa.’ Verschrijvingen, gedicteerd door klassiek economisch jargon? Juist dit machtsdenken weet de auteur in de rest van zijn boek goed te ontkrachten.

Veel niet-westerse bedrijven expanderen bewonderenswaardig harmonieus, zo blijkt uit De nieuwe multinationals. Zelfs de Mexicaanse cementproducent Cemex, wier topman in besloten kring aankondigde ‘terug te slaan in Spanje, vijfhonderd jaar na de Spaanse verovering van Mexico’, gedroeg zich voorbeeldig door twee noodlijdende Spaanse concurrenten na overname winstgevend te maken.

Van Agtmael geeft imposante voorbeelden van de wendbaarheid, het leervermogen en vooral de kwaliteitsobsessie van zijn ‘nieuwe’ multinationals. Ze voelen vreemde markten en culturen goed aan, voegen zich naar die westerse mores en verloochenen soms om zuiver bedrijfsstrategische redenen hun nationaliteit. Taiwanese bedrijven verplaatsen hun hoofdkantoor naar ex-vijand China. Een Indiase farmaciereus, Ranbaxy, accepteert een Schot aan het roer. Oosterse concerns kiezen westers klinkende namen (Lenovo, Infosys).


spartaans

De expansie van niet-westerse multinationals is echter wél gebouwd op een spartaans werkregime. Van Agtmael is kennelijk teveel bankier om de minder ethische kanten van de prestatiedrift van niet-westerse multinationals te belichten. Als Europa íets van vreemde zakenimperia te vrezen heeft, dan is het een hardere managementstijl. Want ook de Angelsaksische vrijemarktideologie dringt deze stijl al op aan Europa.

De Vries gaat dieper in op deze trend. In zijn doorzettersscenario ‘zuigt het geld alles op (…), raken grote ondernemingen ontkoppeld van hun land van herkomst’ en vervalt de meerderheid van de bevolking tot gebruikswaar, werkvee met weinig rechten. Het alternatieve lotgenotenscenario, waarin vakbonden en kleine christelijke partijen zich vast zullen herkennen, is afgeschilderd als een weinig effectief achterhoedegevecht tegen deze krachten.

Het derde scenario biedt hoop. ‘Voortrekkers’ zullen in hun netwerken taal- en nationale grenzen overschrijden. Ondernemingen moeten zich aan deze creatieve vrijdenkers aanpassen om de besten van hen te kunnen rekruteren. Politici en managers (zelf meestal uit doorzettershout gesneden) nemen geleidelijk de progressievere voortrekkersdenkbeelden over. En zo kan Europa tóch die gedroomde multiculturele samenleving worden.