Geef lokale bestuurders meer manoeuvreerruimte in de omgang met milieubepalingen, stelt de Vromraad in een advies. Nederland hoeft de huidige milieunormen dan niet verder op te rekken.
verschenen in Binnenlands Bestuur, 10 juli 2009
copyright Carien Overdijk
Het uitgebreide advies van de Vrom-raad, Dynamiek in gebiedsgericht milieubeleid/Ontwikkelen door herschikken getiteld, is een alternatief voor de verruiming van de Interimwet Stad en Milieu die in mei door minister Cramer aan de Kamer is voorgelegd. De Vromraad keert zich tegen de verdere ontheffing van milieunormen uit dit voorstel (‘het milieubelang dreigt het onderspit te delven’) en stelt dat gemeenten actiever invloed moeten gaan uitoefenen op de totale milieubelasting in een bepaald gebied.
De invloed van gemeenten op de lokale milieubelasting is de afgelopen jaren sterk teruggelopen. De meeste bedrijven hebben sinds 2008 geen milieuvergunning meer nodig. Bovendien is de luchtvervuiling en geluidshinder door lucht- en wegverkeer voor gemeenten onbeheersbaar geworden. Mede hierdoor lopen bouwplannen voor huizen, bedrijven en wegen vaak vast.
nieuwe verdeling
Via zogeheten ‘milieu-ruimteplannen’, gekoppeld aan het bestemmingsplan, moet een gemeente een nieuwe verdeling van de milieubelasting voor een specifieke locatie kunnen regelen. ‘Denk aan het omleggen van een weg, of de sanering van een bedrijf op kosten van nieuwe bedrijfsvestigingen’, aldus hoogleraar milieurecht Niels Koeman, die lid is van de Vromraad. ‘Maar soms zal het nodig zijn om de grondslag te wijzigen van een bestaande milieuvergunning. Denk aan de overkapping van een lawaaiig overslagbedrijf, om een nieuwe woonwijk mogelijk te maken. Het moet gaan om redelijke eisen, met zonodig financiële compensatie door een belanghebbende ontwikkelaar of door een lokale subsidie.’
De Vromraad ziet in de voorgestelde uitbreiding van Stad en Milieu tot een ‘Wet gebiedsontwikkeling en milieu’ geen structurele oplossing. ‘Er is een grens aan de toekenning van ontheffingen, zelfs als ze nog binnen de Europese regels vallen,’ aldus Koeman. ‘Het herverdelen van milieuruimte biedt meer flexibiliteit.’
De raad wil gemeenten via een tijdelijk artikel in de Wro enkele jaren laten experimenteren met ‘milieu-ruimteplannen’, om op termijn een definitieve wetsaanpassing mogelijk te maken. De aankomende crisis- en herstelwet, die momenteel bij de Raad van State ligt en vier jaar van kracht zal zijn, bevat volgens Koeman een verwante prikkel tot experimenteren binnen de bestaande milieunormen.