Boeren in Ade houden stand tussen HSL en natuurdoelen
Nieuwe herverkaveling treft veenweidegebied in de randstad
Verschenen in Terravisie, 2003
Copyright Carien Overdijk
Voor de tweede maal binnen enkele decennia ondergaat het Zuidhollandse veenweidegebied Ade een ingrijpende verandering. In de jaren zestig hakte de aanleg van de snelweg A4 (Amsterdam-Rotterdam) erin. Straks komt er langs datzelfde tracé de Hogesnelheidslijn (HSL) en krijgt de A4 er nog tenminste twee rijbanen bij. Zo krijgt Ade aan de oostzijde een zware infrastructurele barrière, terwijl aan de westzijde de bebouwing van Leiden en Leiderdorp tot aan de randen van de streek is opgerukt. Tenslotte liggen er ook nog eens ambitieuze natuurdoelstellingen van de provincie Zuid-Holland voor dit gebied. De 2500 hectare weilanden, met de daarin gelegen Kagerplassen, fungeren als broedplaats voor zeldzame weidevogels. De provincie wil die functie nog aanzienlijk versterken.
Menig grondeigenaar zou onder deze condities defensief reageren op alle nieuwe ontwikkelingen. Zo niet de agrariërs in Ade. Wijs geworden door een mislukte ruilverkaveling ten tijde van de aanleg van de A4 hebben zij ditmaal het initiatief naar zich toegetrokken. Toen de komst van de HSL in 1998 vaststond hebben zij de provincie zelf verzocht en ook bereid gevonden om een zogeheten aanpassingsinrichting (api) te laten uitvoeren. Dit relatief nieuwe landinrichtingsinstrument, speciaal bestemd voor de opvang van infrastructurele ingrepen, maakt het mogelijk om de procedures voor ruilverkaveling sneller te doorlopen. Dat bespaart de betrokken grondeigenaren een lange periode van onzekerheid en inefficiëntie. Als de HSL er in 2005 ligt, moet de nieuwe inrichting van het gebied klaar zijn.
verstedelijking
De actieve opstelling van de agrariërs is mede te danken aan het feit dat een aantal natuurbeschermers en boeren in deze streek al sinds bijna twintig jaar verenigd zijn in wat tegenwoordig de Vereniging Agrarisch Natuurbeheer Ade, kortweg VANAde, heet. Al voordat de HSL zich aandiende vormde de oprukkende verstedelijking zo’n bedreiging dat deze vereniging zich wilde inspannen om Ade groen te houden en de natuurwaarde van het gebied te vergroten.
Melkveehouder Kurt van der Heden is voorzitter van VANAde. ‘Wij denken tegenwoordig heel anders over onze bedrijfsvoering’, vertelt hij. ‘Vroeger ging het er alleen om hoeveel gras er van het land afkwam en hoeveel koeien erop konden, het directe rendement dus. Nu willen we landbouw en natuurbeheer samen laten gaan. En daarnaast zijn sommigen van ons van plan om ook recreatieve faciliteiten op te zetten. Op deze manier kunnen we het gebied intact houden en blijft ons inkomen hopelijk ook op peil.’
Samen met een collega is Van der Heden ook lid van de landinrichtingscommissie die de aanpassingsinrichting moet uitvoeren. ‘Het is een intensief project. We vergaderen elke maand, maar we hebben ook vier werkgroepen die zich inspannen voor een bepaald aspect. Zo is er een groep actief met de ruilverkaveling en onderhoudt een andere groep de contacten met de projectorganisatie HSL-Zuid.’ In de commissie zijn ook Rijkswaterstaat, de betrokken gemeenten, de provincie, de waterschappen en de natuur- en milieusector vertegenwoordigd.
onteigening
De motor achter de aanpassingsinrichting is de Dienst Landelijk Gebied. DLG’er Kees van der Vaart voert het secretariaat en coördineert de benodigde inzet van andere DLG-afdelingen. ‘De planfase is inhoudelijk niet het moeilijkst’, vertelt hij. ‘De nieuwe spoorlijn komt tegen bestaande infrastructuur aan, dus het is duidelijk welke wegen moeten worden afgesloten en welke grondeigenaren en bedrijven gedupeerd zijn. De projectorganisatie HSL-Zuid is bezig de eigenaren uit te kopen, en met een onteigeningsprocedure komt straks de rest van het benodigde terrein vrij. Wij hebben alle andere rechthebbenden in Ade in kaart gebracht, ook bijvoorbeeld de eigenaren van kabels en leidingen. Het is nu onze zorg om te natuurcompensatie en de herschikking van gronden in goede banen te leiden. Daarbij gaat het vooral om het ruilen van stukken grond die daardoor gunstiger komen te liggen ten opzichte van de bedrijven. Er zijn twee factoren die dit proces complex maken: het zogenoemde ‘bottom-up’ proces, dus gestuurd vanuit de streek zelf, en de grondschaarste in het gebied.’
Van der Vaart haast zich te zeggen dat de betrokkenheid van VANAde en haar achterban tegelijkertijd een groot winstpunt is. ‘Er zijn veel huiskamerbijeenkomsten geweest het afgelopen jaar. De boeren zijn goed geïnformeerd en komen nu zelf met ideeën voor de toekomstige verkaveling en voor een bedrijfsvoering die niet meer uitsluitend op landbouw berust. Dat kost meer tijd, maar het geeft ook een beter draagvlak voor de toekomst.’
Doordat de streek zelf het voortouw neemt is de rol van de Dienst Landelijk Gebied anders dan bij vroegere landinrichtingsprojecten. ‘We zijn minder technocratisch bezig’, aldus Van der Vaart. ‘Onze rol is nu meer bemiddelend. In andere gebieden bereidt het kadaster de ruilverkaveling voor en lopen de gangbare inspraakprocedures niet zelden op rechtszaken uit. In Ade komen de boeren komen zelf met een plan voor de toedeling van gronden, en dan moeten wij vervolgens zorgen dat daarin ook met andere belangen rekening wordt gehouden. Denk daarbij aan ecologische verbindingszones en aan de behoefte van gemeenten om fiets- of wandelpaden aan te leggen.’
natuur
Een belangrijk punt van aandacht is de versterking van de natuurfunctie in het gebied. De landinrichtingscommissie heeft de opdracht om de provincie daarover te adviseren. De provincie wil graag 250 hectare grond als natuurreservaat in eigen beheer hebben, maar het blijkt voor de overheid erg moeilijk om grond op te kopen. De grondeigenaren in het gebied verhandelen de schaarse grond liever onderling.
De boeren hebben zich nu bereid verklaard om zelf het natuurbeheer in Ade ter hand te nemen. De provincie loopt daarmee een zeker risico, maar Van der Vaart denkt dat er op lange termijn ook veel te winnen valt. ‘Als de provincie de agrariërs dat toevertrouwt en als daar voor de boeren voldoende vergoedingen tegenover staan, dan krijgt de reservaatvorming in het hele gebied een impuls.’
De provincie is er nog niet uit, maar vijf boeren hebben al een eerste natuurbeheer-experiment in gang gezet. ‘Ze hebben ieder een aangrenzend stukje van hun land voor dit doel vrijgemaakt,’ vertelt Van der Heden. ‘Daarop gaan ze de grond beheren zoals de provincie dat wil. De greppels houden ze dicht, zodat het land natter wordt. Er mogen maar twee koeien weiden per hectare. Zo ontstaat een gevarieerde begroeiing en een hobbeliger landschap, waarin bijvoorbeeld de kemphaan en de watersnip zich goed thuisvoelen.’ Het geld voor dit project komt van de projectorganisatie HSL-Zuid, in het kader van de natuurcompensatie. Over een jaar of twee moet het resultaat zichtbaar zijn.
Ade is een vredige oase in een dichtbevolkt gebied. Maar het landelijke karakter van de streek is nog altijd niet veiliggesteld. Kortgeleden toonde een bedrijf belangstelling voor zandwinning in het gebied. De boeren maken zich sterk om Ade tenminste groen te houden.